Interview vrijwilliger Adrie Remeeus

Waarom ben je vrijwilliger geworden?

Ik ben vrijwilliger geworden, omdat ik mijn hobby ook ten dienste van anderen wilde aanwenden. Niet alleen maar alles voor mijzelf houden, maar mijn kennis delen. Voor Dunea betekent dat 'meer dan delen'; immers, Dunea kan er bij zijn reguliere werk in het duin (regeneratie, recreatiebeleid) voordeel bij hebben als het bekend is waar zich kwetsbare fauna-elementen bevinden. Die gedachte voel ik trouwens ook bij de andere tellers van de Vogelwerkgroep. Breder beschouwd, en ook niet onbelangrijk, is natuurlijk het gegeven dat alle informatie die je verzamelt over het voorkomen van vogels via SOVON in een landelijke database terechtkomen. Via dat kanaal kunnen landelijke trends in kaart worden gebracht en kunnen beschermingsactiviteiten ontplooid worden om soorten te beschermen tegen verdere achteruitgang. Dit geldt ook voor de vlindertellingen (Vlinderstichting).

En waarom bij Dunea?

Dunea is voor mij een belangrijke speler die ik graag voorzie van alles wat ik in het duin waarneem. Enerzijds als kennisuitwisseling, anderzijds als 'instrument' voor Dunea om activiteiten te ontwikkelen of dat juist niet te doen.

Hoe lang ben jij al vrijwilliger?

Ik ben in 1972 vrijwilliger geworden voor Dunea. Tot en met 2009 heb ik een deel van de Meeuwenhoek en De Klip geteld; vanaf 2010 monitor ik de Kikkervallei en omgeving op vogels. Voorts loop ik een vaste vlinderroute (wekelijks van april t/m september), waarvan de gegevens ook bij Dunea terechtkomen.

Kun je een korte omschrijving geven van jouw werk/bijdrage?

Mijn werk houdt in:

  • Tussen begin maart en eind juni gemiddeld 10 keer een broedvogeltelling doen in het mij toegewezen kavel (Kikkervallei en omgeving). Het aanvangstijdstip van de ronde ligt zo'n 30 - 40 minuten voor zonsopkomst en duurt 3 tot 4 uur (vanochtend was ik om 05.00 uur in mijn kavel). Deze vroege-ochtend tellingen worden aangevuld met enkele avondbezoeken en een nachtbezoek (uiteraard voor nachtvogels als uilen en ralachtigen).
  • Van september tot en met maart één keer per maand een telling van de in het kavel aanwezige vogels; deze data zijn landelijk voor wintertellingen vastgesteld, d.w.z. in het middelste weekend van elke maand zijn er landelijk heel veel tellers actief!
  • Van begin april tot eind september elke week een algemene vlinderroute, waarvan de gegevens gepubliceerd worden in Holland's Duin en ook bij De Vlinderstichting worden geregistreerd.
  • Van eind mei tot half juli een soortgerichte Vlinderroute (Meeuwenhoek) op het Groot dikkopje.

Ook tussen al die ‘verplichte nummers' in ben ik vaak in het duin te vinden.

Denk jij dat de medewerkers van Dunea en de vrijwilligers complementair zijn aan elkaar?

Zoals je uit mijn voorgaande betoog al kunt afleiden, is er m.i. inderdaad sprake van een complementair zijn. Los van de vogels en vlinders zie ik mezelf toch ook een beetje als de ‘ogen en oren' van het duin en attendeer ik Dunea ook op zaken als illegale recreatie, terreinomstandigheden, e.d.

Zou jij mensen willen aanraden, adviseren of enthousiasmeren om vrijwilliger bij Dunea te worden?

Met enige regelmaat word ik aangeklampt door wandelaars die, kijkend naar mijn armband, vragen wat ik doe. Ik neem er dan altijd ruimte voor uitleg te geven en dat leidt er wel eens toe dat de vogelwerkgroep een enthousiast lid rijker is. Ook breder in mijn netwerk raad ik natuurliefhebbers (als zij oprecht interesse hebben en inzet willen tonen) wel aan contact op te nemen met Dunea. Ook komt het voor dat het bestuur van de Vogelwerkgroep belangstellenden voor de Vogelwerkgroep aanraadt een cursus te volgen (geluiden herkennen) als zij aangeven wel mee te willen doen, maar nog onvoldoende kennis hebben.

Keer op keer ervaar ik het als een voorrecht om actief bezig te zijn in een in Europees verband uniek landschap.