Slachtoffers onder onze medewerkers

De Tweede Wereldoorlog heeft duidelijke sporen achtergelaten in ons duingebied, zoals bunkers en delen van de Atlantikwal. Veel minder bekend zijn de mensen achter het oorlogsleed. Verschillende medewerkers van de toenmalige Duinwaterleiding zijn omgekomen in de periode 1940-1945.

Hoewel de Duitse bezetter zich had gevestigd in het waterwingebied, met alle gevaren vandien, is er niemand tijdens het werk omgekomen. Gevallen medewerkers werden het slachtoffer van bombardementen op Den Haag of op zee, stierven in een concentratiekamp of in het verzet.

Dienstplicht

Al voordat de Duitsers Nederland binnenvielen, nam het aantal medewerkers bij de Duinwaterleiding af. Dit kwam door de dienstplicht en de algemene mobilisatie, waarbij ook mannen die eerder hun dienstplicht hadden afgerond werden teruggeroepen. Dat gold ook voor kantoorbediende Roelof van Veen. [HvB2.1]Hij werd opgeroepen om vliegveld Ypenburg te verdedigen bij de tegenaanval op de Duitsers op 10 mei 1940. Bij de verkenning van een stationsgebouw werd hij dodelijk getroffen door een granaat, toen hij over de rand van een bomkrater keek. Drie dagen later is hij begraven in een massagraf op de Algemene Begraafplaats te Rijswijk. 

Bombardementen

De meeste gevallenen van Dunea stierven tijdens een bombardement. Zo is de heer Huijzer, die in de oorlog in dienst kwam bij de administratie, omgekomen aan boord van een hospitaalschip. Toen dit vanuit Rotterdam naar Walcheren voer om mensen te helpen, is het schip aangevallen door drie Britse jachtbommenwerpers. Waarschijnlijk hadden de piloten de functie van het schip verkeerd ingeschat, met fatale afloop. Het schip is vergaan en de 32-jarige Huijzer behoorde tot de dodelijke slachtoffers.

Ook de 28-jarige Dirk van Gorsel is omgekomen door een vergissing bij een bombardement. Hij woonde in het Bezuidenhout in Den Haag, een wijk die aan het einde van de oorlog in 1945 ´s ochtends werd gebombardeerd door de geallieerden. Er vielen ongeveer 525 doden, waaronder Van Gorsel.

Antonius Jacobus Gruiters werkte al sinds 1922 bij de Duinwaterleiding, toen hij stierf bij een aanval van de geallieerden op Scheveningen. Deze aanval was gericht op een Duitse opslagplaats van V2-raketten, maar diverse bommen raakten daarbij ook woonhuizen. Dat gold ook voor het huis van Gruiters aan de Gentsestraat, vlakbij de hoek met de Harstenhoekweg. Zijn echtgenote en haar vader die bij hen inwoonde kwamen ook om het leven.  

Concentratiekamp

Een oud-collega die de concentratiekampen heeft moeten ervaren, is Philip de Beer. Hij werkte bij de Duinwaterleiding als chemicus, mecanicien en instrumentenmaker. Als Joodse werknemer werd hij in 1940 verplicht ontslagen. Eerst was er de Ariërverklaring, waarin ambtenaren moesten aangeven of ze Joodse voorouders hadden. Niet veel later volgde ontslag. Die regel gold in heel Nederland en vormt ook een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Dunea. Na zijn ontslag werkte De Beer nog een tijdje op een Joods Lyceum in Den Haag, totdat hij in november 1942 samen met zijn vrouw en dochter naar Westerbork werd gedeporteerd. Kort daarna volgde het transport naar vernietigingskamp Auschwitz. Direct na aankomst zijn moeder en dochter in de gaskamer vermoord. De Beer is waarschijnlijk in de omgeving van Auschwitz tewerkgesteld. Zijn overlijdensdatum is vastgesteld op 28 februari 1943.

Verzet 

Monteur Karel (Frans) Tiemens kwam om heel andere redenen in een kamp terecht. Hij sloot zich aan bij het verzet, maar viel in handen van de bezetter. Na zijn arrestatie belandde hij eerst in het Oranjehotel in Scheveningen[HvB4.1], waar veel verzetsstrijders hun straf of executie afwachtten. Tiemens is vervolgens in kamp Amersfoort terechtgekomen. Op 8 maart 1945 is hij op 45-jarige leeftijd op de nabijgelegen Leusderheide geëxecuteerd. Bij een van de naoorlogse herdenkingen is hij omschreven als ‘de onversaagde strijder der illegaliteit’. Op de erelijst van gevallenen blijft zijn naam voor altijd verbonden met zijn beroep als monteur.