Planten en dieren

Voor vele planten en dieren zijn de duinen een bron van leven. De grote variatie in landschap maakt dat er voor vele soorten een leefgebied te vinden is. Door de overheersende wind uit het zuidwesten zijn hoefijzerachtige duinvormen ontstaan. Een flauwe helling gericht op het zuiden en een steile noordhelling aan de andere kant. De zon schijnt op de zuidkant van de helling. Daardoor kan de temperatuur hoog oplopen. De andere kant is schaduwrijk en daardoor koeler en vochtiger. De noordhellingen zijn daarom veel meer begroeid dan de schaars begroeide zuidhellingen.

Aan zee

De buitenste rand van het duin langs de Noordzee wordt gevormd door de zeereep. Tegen de zoute zeewind zijn niet veel planten bestand. Toch zijn ze er wel te vinden, zoals bijvoorbeeld helm, blauwe zeedistel en zeewinde. Deze planten komen elders in het duin nauwelijks voor. Verder van zee - in de luwte van de hellingen - vinden we meer struiken. Duindoorns, vlier en liguster vormen kleine bosjes.

Grassen en struiken

Lage begroeiing met dauwbraam, mossen en soms duinroos bepalen het beeld in de zone daarachter. Daar zijn ook de meeste konijnen te zien. Tapuiten broeden in holen van konijnen. Door ziekten als myxomatose en de (terug)komst van de vos en havik is de konijnenstand echter teruggelopen. Daardoor groeien de duinen dicht met grassen en struiken. Dat is voor soorten als de duinhagedis niet gunstig want die heeft open plekjes nodig om rustig in de zon op te warmen.

Valleien

De valleien staan 's winters onder water en kunnen rijk begroeid zijn, zoals de Libellenvallei. Daar staan in de vroege zomer orchideeën te bloeien en wat later parnassia, watermunt en duizendguldenkruid. Andere valleien zijn met riet dichtgegroeid en zijn een paradijs voor de vele rietvogels zoals rietgors, blauwborst en waterrallen. In de kwelplassen geven rugstreeppadden op warme zomeravonden een oorverdovend concert, op zoek naar een partner. Het open water van infiltratieplassen wordt bevolkt door allerlei soorten eenden, dodaars en de zeldzame geoorde fuut. Zij profiteren van de aanwezigheid van waterwinning in het gebied. Er zouden anders niet zoveel plassen zijn.

Meer bomen en struiken

Hoe verder van zee hoe meer bomen en hoe hoger de struiken zijn. Meidoorns, eiken en kamperfoelie zijn in de grote valleien, zoals de vallei Meijendel, te vinden. Meidoornbosjes zijn een ideale broedgelegenheid voor nachtegalen. Bosvogels als de havik, tjiftjaf en wielewaal hebben hier hun leefgebied. De groene specht leeft van rode bosmieren en komt alleen daar voor waar ook te eten is.

De Torenvalk

In duingebied Meijendel hebben de Torenvalken misschien wel het mooiste uitzicht van Nederland. Ze wonen bovenin de Scheveningse watertoren. Met vrij zicht over zee, de duinen en natuurgebied Meijendel. Van maart tot en met juli kunt u live meeleven met de Torenvalken. De nestkast is namelijk uitgerust met een webcam.

Reeën in de duinen

Begin jaren tachtig deed de ree zijn intrede in het duin. De ree is een echte ‘knabbelaar' en eet bramen, bessen, twijgen, scheuten, knoppen en loten van struiken en bomen en kruiden. Het is een herkauwer die voornamelijk actief is in de schemering; van september tot april voornamelijk 's nachts. Van mei tot augustus is de ree ook overdag actief; in gebieden waar hij niet wordt verstoord laat hij zich ook meer zien. Van augustus tot maart leven de reeën in kleine familiegroepjes. Hierdoor zijn ze ‘s winters minder territoriaal, mogelijk omdat de dieren energie moeten besparen door voedselschaarste en omdat ze vaker hun eigen territorium moeten verlaten om voedsel te vinden.